Interview: docent Thieu Gubbels is 40 jaar in dienst bij HAS Hogeschool

Nieuws 10 november 2017
Thieu Gubbels - HAS Hogeschool

Thieu Gubbels:"Water. Dat is het eerste wat in me opkomt als ik terugdenk aan de tijd dat ik bij de HAS in dienst kwam. En niet een beetje water, maar een hele vloer die blank stond."

Door Florieke Koers

Er is er een jarig: HAS Hogeschool bestaat 70 jaar! Dit jaar is er echter ook iemand maar liefst 40 jaar in dienst bij de HAS: Thieu Gubbels, hogeschooldocent bij de opleiding Voedingsmiddelentechnologie. We zijn benieuwd naar zijn drijfveer: wat maakt dat hij nog steeds bij de HAS werkt? Hoe ziet hij zijn rol in de organisatie? Wat weet hij nog van zijn eerste tijd bij de HAS? En is er veel veranderd in die 40 jaar of zijn er ook juist dingen hetzelfde gebleven?

Waar denk je aan, als je aan je begintijd bij de HAS denkt?

Thieu: “Water. Dat is het eerste wat in me opkomt als ik terugdenk aan de tijd dat ik bij de HAS in dienst kwam. En niet een beetje water, maar een hele vloer die blank stond. Dat gebeurde wel vaker in het lab en ik geloof ook in mijn eerste week door mijn collega Johan. De HAS zat toen nog in het gebouw aan de Baden Powellstraat. In het lab stond op elke tafel een vat met DEMI-water dat de studenten onder meer gebruikten voor het spoelen van glazen en het oplossen van monsters. Tegenwoordig gaat dat allemaal centraal en automatisch, maar in die tijd moest je die vaten allemaal met de hand vullen met behulp van een slang. Aangezien het systeem met een vlotter niet altijd goed werkte en we ondertussen met andere dingen bezig waren, liep zo’n vat wel eens over. Het is zelfs wel eens gebeurd dat de directeur langs kwam op lab met de mededeling dat een van de theorielokalen een verdieping lager blank stond.”

Hoe ben je begonnen bij de HAS?

“Ik werkte als amanuensis scheikunde, dat was toen nog een apart vak op de HAS. In 40 jaar ben ik opgeklommen tot hogeschooldocent. Ik ben een van de weinigen die zoveel loonschalen is gestegen denk ik! Het was geen makkelijke weg: je moet je veel meer bewijzen dan iemand die meteen als docent binnenkomt. Ik studeerde voor chemisch analist, dat was in de jaren ’70 een hbo-a opleiding. Scheikunde was al op de middelbare school mijn favoriete vak. Ik was altijd bezig met het ontdekken van nieuwe dingen. Ik had thuis een klein laboratoriumpje en experimenteerde erop los.”

Thieu Gubbels - HAS Hogeschool

Wat voor type persoon ben jij?

“Ik zoek alles graag zelf uit en ben heel handig: bij mij thuis komt geen monteur of aannemer binnen. Ik bouw en los alles zelf op. Dat maakt me ook goed in mijn vak. Na het behalen van mijn hbo-a diploma ben ik een jaar in militaire dienst geweest en vervolgens deed ik in de avonduren een hbo-b opleiding en daarna MO-A natuur- en scheikunde. Ja, avondschool betekende toen 2 avonden en zaterdag de hele dag les. Ik liep stage bij DSM en er was een personeelsstop in Geleen, vandaar dat ik mijn spectrum uitbreidde naar buiten Limburg. Ik werd aangenomen bij Windmill BV te Vlaardingen. Ik ben daar echter nooit begonnen.”

Waarom niet?

“Precies op dat moment kwam er namelijk een vacature bij de HAS voorbij en ik besloot daar ondanks mijn nieuwe baan op te reageren.  Ik ben een boerenzoon uit Midden-Limburg en heb tijdens mijn studietijd vele jaren in een restaurantkeuken gewerkt. Ik had dus wel affiniteit met de agrofoodsector. Vanuit het vak scheikunde ben ik overgestapt naar levensmiddelenchemie en onder meer vakdidactiek scheikunde en werkte me op van practicum-assistent naar hogeschooldocent. Ik richt mij daarbij zowel op proces- als producttechnologie en de laatste jaren op de vakgebieden conserveren, verpakken en dranken. Binnen dranken richt ik me op alcoholisch, voornamelijk bier brouwen.”

Ben je de HAS altijd trouw gebleven?

“30 jaar geleden maakte ik even een uitstapje: naast de HAS gaf ik een jaar lang les op een mavo. Ik was toen technisch onderwijsassistent en wilde weten of lesgeven iets voor me was. Op die mavo hadden ze helaas geen practicumlokaal, maar dat hield me niet tegen in de klas kleine proefjes te doen. Dat leidde een keer tot een gecontroleerde explosie en dat mocht natuurlijk niet! Jammer. Het soort onderwijs lag me niet zo, ik voelde me te veel een politieagent in de klas. Maar het lesgeven beviel wel en dus werd ik op de HAS docent.”

Was is jouw grote drijfveer als docent?

“Toen ik als docent begon, was je nog veel vrijer in het samenstellen van je modules: het onderwijs was kennisgericht. Nu is dat anders: het is meer competentiegericht. Er is voor beide vormen wel iets te zeggen vind ik, wat mij betreft mag dat nog wel iets meer in balans komen. Wat ik zo mooi vind aan lesgeven? Dat je jongeren helpt in hun vormings- en ontwikkelingsproces. Ik ben heel graag coach: dan kan ik hen begeleiden én voor hen opkomen. Verder zijn de contacten met het bedrijfsleven en de stagiaire begeleiding van essentieel belang voor mij en de studenten. Sinds 25 jaar begeleid ik beroepsopdrachten en ik heb het samenwerken met bedrijven altijd leuk gevonden.”

Is de HAS veranderd in die 40 jaar?

“De HAS is best veranderd ja. Het team van medewerkers was lang een kleine, hechte club. We deden van alles samen, bijvoorbeeld sporten zoals badmintonnen en tafeltennissen. Maar ja, op de Baden Powellstraat hadden we een sportzaal. De studenten kregen toen het vak lichamelijke oefening, net als op de middelbare school. Daar maakten wij gebruik van. Nu kan dat niet meer: de sportzaal is er niet meer, maar we zijn nu ook zoveel groter geworden. Studenten hadden vroeger meer contact onderling en werd er meer gefeest en had je op vrijdagochtend regelmatig een klas voor half slapende studenten. Toen ik begon bij de HAS was ik 21 en ik ging zelf ook naar de soos.”

Zijn er ook dingen hetzelfde gebleven?

“Ja: bij de receptie liggen vaak producten te koop uit de kas en schooltuin: dat was vroeger ook. Oh en sommige apparaten in de VM-hal zijn er net zo lang als ik en leveren nog steeds goed werk af. Vroeger kon je na 40 jaar werken stoppen. Dat kan nu niet meer. Maar stiekem kijk ik al wel een beetje verder dan de HAS hoor, ik ben 61. Ik heb één broer en twee zwagers die jong overleden zijn. Dat zet je wel aan het denken. Ik heb het nog steeds naar mijn zin op de HAS, maar er zijn ook andere dingen die ik graag doe. Zo heb ik een moestuin en zaag ik graag hout. Heerlijk, in de buitenlucht zijn. Ook ben ik de doe-het-zelver in de familie en help ik mijn kinderen met klussen. En ik geniet van mijn 2 kleinkinderen. Ik zit nooit stil en dat zal denk ik ook niet snel veranderen. Pensioen of niet.”