Interview: Studenten Tuinbouw en akkerbouw studeren af op project Leve(n)de Bodem

Nieuws 16 augustus 2018
Interreg Leve(n)de Bodem - HAS Hogeschool

Frank en Reinier creëren bewustwording bij boeren met hun afstudeeronderzoek naar bodemkwaliteit.

Door Lisa Boendermaker, HVR Group

Reinier Stoutjesdijk en Frank Vermue zitten beiden in het vierde en tevens laatste jaar van de opleiding Tuinbouw en akkerbouw aan HAS Hogeschool in Den Bosch. In het tweede jaar kozen zij de richting Akkerbouw. Die interesse hebben ze van thuis uit meegekregen: ze waren beiden al actief op het akkerbouwbedrijf van hun ouders. Recent studeerden Frank en Reinier samen af, voor ZLTO, binnen het Interreg-project Leve(n)de Bodem.

Meten van de bodemkwaliteit

Op 32 percelen bij 16 verschillende boeren brachten de studenten de bodemkwaliteit in kaart met behulp van onder andere de tool BodemIDee. Een belangrijke taak, want door boeren inzicht te geven in de staat van hun bodem kun je ze helpen deze te verbeteren. “De bodem is de basis,” zegt Frank. “Uiteindelijk moet het vanaf de grond komen. Met de hoosbuien en droogte van nu is het belangrijk dat we goed met de bodem omgaan. Dat betekent dat je de bodem op orde hebt qua organische stof en nutriënten. Zo kun je hoosbuien én droogte beter aan.”

Niet zichtbaar

Reinier denkt dat boeren zich al aardig bewust zijn van de staat van hun percelen. Maar het is voor hen wel soms lastig in te schatten waarom een perceel minder goed is. “Het probleem is dat er heel veel parameters zijn waarvan de bodemkwaliteit afhankelijk is. Deze zijn niet allemaal zichtbaar voor de boer. Als een bodem bijvoorbeeld een slechte structuur heeft dan kan de boer dit zelf zien en voelen, maar er kunnen ook verschillende onzichtbare oorzaken voor zijn. Met BodemIDee kunnen we ook de ‘onzichtbare’ parameters inzichtelijk maken.”

Onderzoeksmethode

Om bodemonderzoek te doen gingen Reinier en Frank langs bij 16 boeren in de regio Altena-Biesbosch, Kempen en d’n Beerse Overlaet. In deze 3 regio’s in het zuidwesten is de grond over het algemeen armer dan in bijvoorbeeld het noorden en oosten van het land. “Dat heeft te maken met bemesting,” legt Frank uit. “Op plaatsen waar vroeger veel veehouderij was zijn de gronden redelijk rijk. Maar richting de kust, waar veel akkerbouw is en waar vroeger minder bemest is, hebben de gronden niet zo’n hoog fosfaatgehalte en kaliumgetal. Ook is het organische stofgehalte er over het algemeen lager.”

Zelf beoordelen

Conclusies over de staat van de bodem werden gemaakt door het slechtste én het beste perceel van een akkerbouwer, veehouder of fruitteler te onderzoeken en vergelijken. Reinier: “We vroegen de telers om zelf te beoordelen: ‘wat is je beste perceel en wat is je minst goede?’. De teler baseert zijn oordeel op opbrengst, natheid, bewerkbaarheid en structuur. Dat zijn dingen waar hij dagelijks mee te maken heeft: hij merkt het als het perceel altijd te nat is of heel zwaar trekt, of als de structuur niet mooi is. Vervolgens gingen wij met die percelen aan de gang en verzamelden we bodemanalyses.” Alle 32 percelen werden gescoord aan de hand van 17 parameters, en vervolgens gepresenteerd in een BodemIDee-grafiek. De grafiek toont de boer per parameter of de waarde goed is. 

BodemIDee

Reinier en Frank hebben BodemIDee als basis voor hun onderzoek genomen en deze tool mee doorontwikkeld tot een voor de boer gebruiksvriendelijk hulpmiddel. “Het voordeel van BodemIDee is dat je een vaste hoeveelheid parameters hebt waar je zelf uit kunt kiezen,” vertelt Reinier. “Als je alleen geïnteresseerd bent in een selectie van parameters dan worden alleen die weergegeven in de grafiek. Sommige metingen zijn ook vrij kostbaar, dus het is financieel gezien voor de boer een mooie mogelijkheid dat je waarden waar je niet geïnteresseerd in bent kunt uitsluiten.”

Bodembewustzijn

Reinier en Frank hopen dat de resultaten van hun onderzoek boeren handvatten geven om aan de slag te gaan met bodemverbetering. Maar het allerbelangrijkste vinden ze dat er extra bewustwording ontstaat bij de boeren: “Als teler het eigen land op gaan om de bodemkwaliteit in te schatten gebeurt wel, maar op dit moment veel te weinig. Het einddoel van ons onderzoek was ook niet dat je uiteindelijk een grafiekje krijgt, maar juist door samen met de teler het veld in te gaan te zorgen dat ze inzicht krijgen in de bodemkwaliteit.”

Veel kennis

De jongens hopen dat telers dat in de toekomst ook zelf vaker gaan doen. “Akkerbouwers hebben zelf vaak vrij veel kennis en kunnen zelf verstorende lagen ontdekken door een profielkuil te graven en door zelf goed te kijken en te voelen. Vervolgens kunnen ze nagaan wat ze kunnen doen om de bodem te verbeteren. Natuurlijk zijn er ook veel dingen waar geen maatregel voor is, maar als telers eerst eens vaststellen wat er met de bodem aan de hand is en bedenken waar iets mee moet worden gedaan dan zijn we al een heel eind.” Het project van de studenten wordt voortgezet door twee nieuwe duo’s, die zich onder andere zullen verdiepen in de tools Bodemconditiescore en het ZLTO Bodempaspoort.

Meer informatie

•    Dit artikel is afkomstig van Vitale Bodem Brabant, een initiatief van de provincie Noord-Brabant. Bekijk de website van Vitale Bodem Brabant!
•    Het onderzoek van Reinier en Frank valt binnen de scope van het Interreg project Leve(n)de Bodem. Bezoek de website van het project Leve(n)de Bodem voor meer informatie.
•    Het onderzoek van Reinier en Frank werd begeleid door Vitale Bodem-partner ZLTO. Ga naar de website van ZLTO en ontdek wat zij doen voor een vitale bodem.